Reactie van Vlaamse Artsenverbond op het Vlaams Regeerakkoord m.b.t. de nieuwe bevoegdheid van de Vlaamse Planningscommissie inzake artsenopleiding

Zoals het Vlaams Artsensyndicaat (VAS) opmerkt is Vlaanderen door de zesde staatshervorming reeds bevoegd om subquota voor artsen vast te leggen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Vlaamse regering reeds in april ll. een besluit goedkeurde om een Vlaamse Planningscommissie op te richten en dat in het huidig Vlaams regeerakkoord die oprichting aangekondigd wordt. In die commissie zal onderzocht worden in welke specialisaties tekorten en in welke overtallen aanwezig zijn en het is de bedoeling daaraan te verhelpen.

In de tekst van het regeerakkoord (p. 42), becommentarieerd door minister Ben Weyts, wordt aan die Vlaamse Planningscommissie nog een tweede bevoegdheid toegekend: het bepalen van de Vlaamse zorgnoden. “Op basis van deze adviezen zal het aantal studenten dat toegelaten wordt tot de opleiding arts en tandarts worden bepaald en niet langer enkel op basis van het federale advies dat Vlaanderen al twintig jaar als enige opvolgt.”

Dit citaat wordt evenwel voorafgegaan door een ander statement: “Wat de artsenquota betreft zijn we als Vlaamse gemeenschap inzake de RIZIV-nummers afhankelijk van de federale regering. We blijven als Vlaanderen eisen dat er een correcte verdeling van de RIZIV-nummers is tussen de gemeenschappen en er een aflossing komt van het in het verleden door de Franse Gemeenschap opgebouwde overtal.”

Die tweede functie van de Vlaamse Planningscommissie wordt dus gelezen als een stok achter de deur bij blijvend niet naleven van de artsenquota door de Frans Gemeenschap nu reeds meer dan twintig jaar.

Die bezorgdheid van de Vlaamse regering is niet onterecht. Op 26 april 2016 adviseerde de Federale Planningscommissie Medisch Aanbod om het tot op dat ogenblik geldend quotum 60 N/40 F om te buigen naar 56,5 N/43,5 F op basis van wetenschappelijk betwistbare parameters (Periodiek 2016/3, p. 14). Na hevig protest van o.m. het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) – de vroegere benaming van het Vlaams Artsenverbond (VAV) – werd het quotum door minister Maggie De Block hersteld op 23 september 2016 naar 60 N/40 F (Periodiek 2017/1, p. 20-21).

Alleen reeds om die reden is de oprichting van een Vlaamse Planningscommissie vereist.

Een andere reden om een Vlaamse Planningscommissie op te richten is dat dit een noodzakelijk instrument is voor de toekomstige autonome Vlaamse gezondheidszorg, een doelstelling van het VAV, geformuleerd in de Missietekst van het VAV (Periodiek 2017/1, p. 6-8).

Vanzelfsprekend zal de Vlaamse regering er op moeten toezien dat de Vlaamse studenten in die overgangsperiode behoed worden voor rechtsonzekerheid.

Antwerpen, 7 oktober 2019

Namens de raad van Bestuur, Vlaams Artsenverbond vzw

Dr. Geert Debruyne, voorzitter

 

Geachte politici, Geachte beleidsmakers,
Beste leden van de pers,

Naar aanleiding van de verkiezingen 26 mei 2019 stellen we als Vlaams Artsenverbond ons MEMORANDUM voor. Hierin willen we aangeven welke prioriteiten in de volgende legislatuur naar onze mening gerealiseerd moeten worden.

Wil ook onze missie, statuten, alsook standpunten, publicaties ovv het ledenblad ‘Periodiek’, en diverse activiteiten raadplegen op www.vlaamsartsenverbond.org .
Het verbond organiseert op 12 oktober aanstaande te Brussel opnieuw een wetenschappelijk Symposium over het gezondheidsbeleid te lande na implementatie van de 6de staatshervorming en in het licht van de evolutie tijdens de voorbije legislatuur. Onder de titel. “Gezondheidszorg voor de Vlamingen”, met bijzondere aandacht voor Brussel en de Vlaamse Rand, worden vier lezingen gehouden, gevolgd door een debat. U bent er alvast van harte op uitgenodigd. Daartoe trouwens ook reeds het programma in bijlage.

We verhopen ten stelligste uw bijzondere aandacht voor onze visie te kunnen trekken en zijn vanzelfsprekend steeds bereid tot verder overleg of aanvullende duiding.

We verblijven met de betuiging van onze voorname achting.

Geert Debruyne
Voorzitter VAV

Bert Baert, Jan Dockx, Bart Garmyn, Chris Geens, Piet Jongbloet, Eric Ponette, Lieve Van Ermen en Jan Van Meirhaeghe
Bestuursleden VAV

Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  & Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Recente ontwikkelingen

  1. Op 26 april 2017 heeft de Franse Gemeenschap een decreet goedgekeurd waardoor een ingangsproef verplicht wordt voor artsen en tandartsen. Indien er geen obstakels meer opduiken kan deze proef voor het eerst plaats vinden op 8 september 2017.
  2. Op 28 april 2017 heeft de federale regering beslissingen genomen over het dossier van de contingentering op basis van de voorstellen van de planningscommissie (7 maart 2017) onder de vorm van een zogenaamd “interkabinetten akkoord”. Over de inhoud van dit akkoord werd geen tekst bekend gemaakt. Wij beschikken dus alleen over een reeks persberichten dienaangaande. Volgens de ons beschikbare informatie en dus met het nodige voorbehoud zouden volgende beslissingen genomen zijn :

    2.1 Quota 2023: Deze werden vastgelegd op 838 (58% N) Nederlandstalige artsen en 607 (42% F) Franstalige artsen met verwijzing naar een document van de Planningscommissie op 07.03.17.
    Ter herinnering: de federale regering had in september 2016 nochtans beslist dat de communautaire verdeelsleutel 60 N/40 F zou behouden blijven tegen het advies van de Planningscommissie in, die toen een wijziging naar 56,5 N/43,5 F had voorgesteld.

    2.2 Quota vanaf 2024: De planningscommissie zal alleen nog een quotum bepalen voor het ganse land. De verdeling over de gemeenschappen gebeurt dan op basis van een berekening door het Rekenhof. Een wet zal de verdelingsformule op basis van de bevolkingsaantallen bepalen.

    2.3 Herstel van het evenwicht tussen de Gemeenschappen van de saldo's op het einde van de afvlakkingsperiode. De planningscommissie heeft, zoals gevraagd door het VAV (zie Periodiek, 2016 /3), een herberekening uitgevoerd van de quota waarbij ook rekening gehouden werd met uitval aan mankracht door non-activiteit binnen het Riziv. Deze heeft aangetoond dat de Franse Gemeenschap 1.531 Riziv nummers in overtal heeft afgeleverd. Daarom wordt het jaarlijks Franstalige quotum vanaf 2024 verminderd met 17% tot 505. Omgekeerd heeft de Vlaamse Gemeenschap 1.041 RIZIV nummers te weinig afgeleverd. Daarom wordt het jaarlijks Vlaamse quotum vanaf 2024 verhoogd met 8% tot 907. Deze correctie verloopt over een periode van 15 jaar tot de afwijking in 2038 opgeslorpt is.

    2.4 Studenten, die de studies reeds hebben aangevat. De studenten, die in 2017 afstuderen krijgen allemaal een attest. Deze attesten zullen ook verstrekt worden aan de studenten, die in 2018, 2019, 2020 hun diploma behalen als blijkt dat de ingangsproeven doeltreffend zijn.
  1. Op 11 mei 2017 heeft minister Crevits namens de Vlaamse regering in   het Vlaamse parlement aangekondigd dat Vlaanderen vanaf 2018 wil starten met een nieuwe regeling van de toelatingsproef. Zo komt er een numerus fixus waarbij de best gerangschikte deelnemers de opleiding mogen aanvatten. Er komt ook een aparte proef voor artsen en tandartsen. Ook inhoudelijk zullen de proeven bijgestuurd worden. Naast wetenschappelijke kennis zullen ook andere competenties in de weegschaal gelegd worden. Zo zal bij de kandidaat-tandartsen ook de handvaardigheid geëvalueerd worden. Voor het academiejaar 2018 - 2019 zou het gaan om 1.249 starters waarvan er 135 gereserveerd worden voor de opleiding tandheelkunde.

Recente ontwikkelingen

  1. Op 26 april 2017 heeft de Franse Gemeenschap een decreet goedgekeurd waardoor een ingangsproef verplicht wordt voor artsen en tandartsen. Deze proef zal voor het eerst plaats vinden op 8 september 2017.
  1. Op 28 april 2017 heeft de federale regering belangrijke beslissingen genomen over het dossier van de contingentering op basis van de voorstellen van de planningscommissie (7 maart 2017) onder de vorm van een zogenaamd “interkabinetten akkoord”. Over de inhoud van dit akkoord werd geen tekst bekend gemaakt. Wij beschikken dus alleen over een reeks persberichten dienaangaande. Deze zijn evenwel niet altijd éénsluidend. Volgens de ons beschikbare informatie en dus met het nodige voorbehoud zouden volgende beslissingen genomen zijn :

2.1 Quota 2023: Deze werden vastgelegd op 838 (58% N) Nlt. artsen en 607 (42% F) Frt. artsen met verwijzing naar een document van de Planningscommissie op 07.03.17.

Ter herinnering: de federale regering had in september 2016 nochtans beslist dat de communautaire verdeelsleutel 60 N/40 F zou behouden blijven tegen het advies van de Planningscommissie in, die toen een wijziging naar 56,5 N/43,5 F had voorgesteld.

2.2 Quota vanaf 2024: De planningscommissie zal alleen nog een quotum bepalen voor het ganse land. De verdeling over de gemeenschappen gebeurt dan op basis van een berekening door het Rekenhof. Een wet zal de verdelingsformule op basis van de bevolkingsaantallen bepalen.

2.3 Herstel van het evenwicht tussen de Gemeenschappen van de saldo's op het einde van de afvlakkingsperiode. De planningscommissie heeft, zoals gevraagd door het VAV (zie Periodiek , 2016 /3), een herberekening uitgevoerd van de quota waarbij ook rekening gehouden werd met uitval aan mankracht door non-activiteit binnen het Riziv. Deze heeft aangetoond dat de Franse Gemeenschap 1531 Riziv nummers in overtal heeft afgeleverd. Daarom wordt het jaarlijks Fr. quotum vanaf 2024 verminderd met 17% tot 505. Omgekeerd heeft de Vlaamse Gemeenschap 1041 RIZIV nummers te weinig afgeleverd. Daarom wordt het jaarlijks Vl. quotum vanaf 2024 verhoogd met 8% tot 907. Deze correctie verloopt over een periode van 15 jaar tot de afwijking is opgeslorpt.

2.4 Studenten, die de studies reeds hebben aangevat. De studenten, die in 2017 afstuderen krijgen allemaal een attest. Deze attesten zullen ook verstrekt worden aan de studenten, die in 2018, '19, '20 hun diploma behalen als blijkt dat de ingangsproeven doeltreffend zijn.

3.Op 11 mei 2017 heeft minister Crevits namens de Vlaamse regering in   het Vlaamse parlement   aangekondigd dat Vlaanderen vanaf 2018 wil starten met een nieuwe regeling van de toelatingsproef. Zo komt er een numerus fixus waarbij de best gerangschikte deelnemers de opleiding mogen aanvatten. Er komt ook een aparte proef voor artsen en tandartsen. Ook inhoudelijk zullen de proeven bijgestuurd worden. Naast wetenschappelijke kennis zullen ook andere competenties in de weegschaal gelegd worden. Zo zal bij de kandidaat-tandartsen ook de handvaardigheid geëvalueerd worden. Voor het academiejaar 2018 - 2019 zou het gaan om 1.249 starters waarvan er 135 gereserveerd worden voor de opleiding tandheelkunde.

FRANSTALIGE TOELATINGSPROEF TOT TWEEDE JAAR STUDIES GENEESKUNDE DOOR RAAD VAN STATE GESCHORST. WAT NU?

Het voorstel van de planningscommissie om de algemeen geaccepteerde 60N/40 F verdeelsleutel voor (tand)artsen-quota voor het jaar 2022 ten nadele van de Vlamingen te wijzigen in 56,5 N/43,5 F, werd op de valreep geblokkeerd op niveau van de federale regering. Dit gebeurde dankzij een kordate media actie, waarin het VGV een zeer actieve rol speelde. Er is nu veel kans dat dit dossier over de zomerperiode wordt getild, maar niet van de baan is en binnen afzienbare tijd opnieuw opduikt. 

Volledig artikel

De federale overheid besliste in 1995 om de budgetten inzake de ziekteverzekering beter in evenwicht te houden door de instroom van de artsen en tandartsen de contingenteren. Aan de Vlaamse Gemeenschap werd 60 % van het contingent toegekend; aan de Franse Gemeenschap 40 %.

De gemeenschappen die, ingevolge de diverse staatshervormingen verantwoordelijk zijn voor de organisatie van hun onderwijs, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van deze federale beslissing.

De Vlaamse Gemeenschap voerde deze overeenkomst keurig uit en beperkte de instroom van artsen en tandartsen door het organiseren van toelatingsproeven; enkel het toegelaten quorum kreeg toelating tot de opleiding van arts en tandarts.

Volledig artikel.

Zie het artikel op de website van De Standaard

In een persbericht van 17 mei ll. verwierp het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) het advies van de planningscommissie “medisch aanbod” om de wettelijk vastgelegde 60 N/40 F verdeelsleutel van de artsenquota te wijzigen in 56,5 N/43,5 F. Daardoor zou het decennialang deloyaal beleid van de Franse Gemeenschap in de contingentering worden beloond en het loyaal beleid van de Vlaamse Gemeenschap worden gestraft.

Intussen houdt minister De Block het advies van de planningscommissie nog steeds in beraad. Voor het VGV is die houding onbegrijpelijk in het licht van de veel hogere densiteit van artsen in de Franse ten opzichte van de Vlaamse Gemeenschap, zoals aangetoond voor het jaar 2014 in een studie van secretaris-generaal VBS Dr. Marc Moens, gepubliceerd op 7 februari 2015. Uit die studie kan namelijk afgeleid worden dat de artsendensiteit in 2014 in de Franse Gemeenschap 29 % hoger was dan in de Vlaamse Gemeenschap.
Indien minister De Block het voorstel van de planningscommissie zou aanvaarden, zal dit onevenwicht nog verder toenemen in het voordeel van de Franse Gemeenschap en in het nadeel van de toekomstkansen van de Vlaamse jongeren.

Bovendien rijzen er vragen bij het “mathematisch model” waarop hogervermeld advies van de planningscommissie gebaseerd is. Zo wordt bvb. geargumenteerd dat er meer artsen in de Franse Gemeenschap moeten worden opgeleid omdat zij meer buitenlandse studenten opvangt, waarvan een belangrijk deel niet in België blijft. Waarom moeten die artsen hun RIZIV-nummer op dat ogenblik niet teruggeven zodat die nummers beschikbaar blijven voor binnenlands gebruik, vraagt men zich dan af.
In een normaal werkend democratisch land zou in elk geval worden verwacht dat een studie, die leidt tot een belangrijke communautaire wijziging van de artsenquota, eerst grondig wordt besproken in een parlementair debat.

Het ware tenslotte merkwaardig dat de federale regering een initiatief zou nemen om de 60 N/40 F afspraak op te zeggen, terwijl zij zich engageerde om tijdens deze legislatuur geen communautair geladen voorstellen op tafel te leggen.
De gang van zaken in dit dossier doet het VGV besluiten dat het ganse gezondheidsbeleid, met inbegrip van de normering, de uitvoering en de financiering – zoals trouwens goedgekeurd in de resolutie van het Vlaams Parlement van 3 maart 1999 – dringend een bevoegdheid moet worden van de Vlaamse en Franse Gemeenschap. En dat de bevoegdheid voor de toegang tot het beroep van arts zonder verder uitstel moet overgeheveld worden naar beide Gemeenschappen, die nu reeds bevoegd zijn voor de opleiding van artsen.

 

Dr. Geert Debruyne, VGV-voorzitter, 23 juni 2016

De federale planningscommissie "medisch aanbod" heeft een nieuw advies afgeleverd voor de artsenquota in 2022.
Hierin wordt voorgesteld om de wettelijk vastgelegde 60/40 verdeling NL/FR te veranderen in het voordeel van de Franstaligen naar 56,5/43,5.
Aldus zal het decennialang deloyaal beleid van de Franse Gemeenschap op het vlak van de contingentering, dat geleid heeft tot een "overschot" van meer dan 1.000 Franstalige artsen in 2018, beloond worden en krijgt de Vlaamse Gemeenschap, die haar medisch aanbod volgens de overeengekomen quota correct heeft gepland, als straf minder artsen toegewezen.

Voor het Vlaams Geneeskundigenverbond (VGV) is dit een onrechtvaardig en onaanvaardbaar voorstel. Het is een kaakslag voor de duizenden Vlaamse studenten, die gedwongen geweest zijn om af te zien van hun wens om de artsenstudie aan te vangen. Dit is volstrekt onaanvaardbaar en het VGV verwacht stellig van Minister M. De Block dat zij dit advies niet zou volgen. Het VGV vindt het onbegrijpelijk dat sommige Vlaamse leden van de Planningscommissie dit voorstel zouden hebben goedgekeurd en roept hen op hun houding te herzien.

Dr. Geert Debruyne, VGV-voorzitter 17 mei 2016

Volgens het jaarverslag van het VBS (zie blz. 70), van de hand van Marc Moens zijn er méér orthopedisten, chirurgen, oftalmologen, dermatologen, klinisch biologen, neurologen, fysiotherapeuten, urologen, pathologen, stomatologie, geriaters, plastisch chirurgen, neuropsychiaters, neurochirurgen en radiotherapeuten in Vlaanderen dan in Franstalig België.
Kortom, voor 15 van de 30 deelspecialisten of dus maar de helft van allemaal méér in Vlaanderen!
Dit voor een Belgische bevolking van in totaal 11.204.000 mensen:

• Vlaanderen 6.441.454
• Brussel 1.169.067
• Wallonië 3.593.479

Cardiologie tekent zich echter schrijnend af: 535 in Vlaanderen, daarentegen 615 in Franstalig België!
Kan iemand daar beleidsmatig federaal besluiten uit trekken en daar de facto naar handelen a.u.b?
In Vlaanderen draagt men méér bij tot ’s lands begroting!
Dr. Lieve Van Ermen, cardioloog en gewezen senator

Volledig artikel.

Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.