Voorwoord

Kaft201803De recent in het Vlaams regeerakkoord genomen beslissing om de bevoegdheid van de Vlaamse Planningscommissie voor artsen- en tandartsenopleiding breder te interpreteren deed heel wat reacties uitlokken. ‘Bloedbad dreigt!’, schreeuwde de ene. Op zijn minst illegaal gedrag navolgen de ander. ‘Waar leidt dat heen?’

Onze vereniging -sedert jaren beslagen in het opvolgen van dit dossier- kwam in alle sereniteit tot het in deze Periodiek opgenomen standpunt.

Daarover trouwens graag eerst een correctie bij het citeren van persberichten. Reeds op 19 september verwees ook een ander dan het eerder vermelde naar een tussenkomst van federaal parlementslid, Valerie Van Peel, die aan de hand van de meest recente cijfers van de Planningscommissie Medisch Aanbod, op het grote overaanbod aan specialisten in Franstalig België en meer nog in Brussel wees.

Daaruit bondig eerst de meest interessante cijfers.
• Berekend per Gemeenschap, en dus aansluitend bij de contingenteringsproblematiek. Het totaal aantal artsen in 2016 in de Franse Gemeenschap was 30 % hoger dan in de Vlaanderen. In onze publicatie in Periodiek in 2014 was dat cijfer 29 %.
• De cijfers per Gewest zijn bijkomend interessant omdat ze aantonen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een bastion is van specialisten.

Met deze nieuwe bevoegdheid zal de Vlaamse Planningscommissie de algemene Vlaamse zorgnoden bepalen. Op basis van deze bepalingen en niet langer enkel het federale advies, zal het aantal studenten dat toegelaten wordt tot de opleiding arts en tandarts worden vastgelegd. Na meer dan twintig jaar loyale opvolging van de federale wetgeving, in tegenstelling tot het Franstalig landsgedeelte, ondersteunt Vlaanderen zo de eis dat er een correcte verdeling van de Riziv-nummers tussen de gemeenschappen komt en de aflossing van het in het verleden opgebouwde overtal in de Franse Gemeenschap wordt gerealiseerd.

Dit wordt ‘de stok achter de deur’ waar Vlaanderen de federale overheid mee wil manen de wettelijkheid aan beide zijden van de taalgrens te doen eerbiedigen.

Vanzelfsprekend zal de Vlaamse regering erop moeten toezien dat de Vlaamse studenten in die overgangsperiode behoed worden voor rechtsonzekerheid. Daartoe wordt de federale minister voor Volksgezondheid op dezelfde wijze
aangesproken als hij/zij de vorige 20 jaar met succes door de Franstalige gemeenschapsminister werd onder druk gezet.

Voor het Vlaams Artsenverbond is dit de juiste politieke keuze. En een bijkomende reden om deze extrabevoegdheid te ondersteunen is trouwens ook dat dit een noodzakelijk instrument is voor een toekomstige autonome Vlaamse gezondheidszorg.

Dit gezegd zijnde mag een voorzitter dan toch even de teugels vieren. Het VAV symposium wordt -na het succes van het gebeuren op zich- goed en wel uitgeschreven voor een volgende Periodiek. De culturele activiteiten van 2019 zijn met uitzonderlijk grote deelnemersaantallen achter de rug. En … voor het meest vermaarde cultuurjaar 2020 rond ‘Jan van Eyck’ staan al enkele maanden 60 tickets in PDF op mijn computer gesaved voor een gegidst bezoek op 22 februari (22.02.2020). Alleen nog tweeën en nullen. En daar stopt het niet.

Er volgt immers eerst dus nog een jaarwisseling.

Toen het mij in de zestiger jaren duidelijk werd dat ik dat magisch getal ‘2000’ -zonder ongelukken- wel halen zou, keek ik daar echt begeesterd al naar uit. Ondertussen begint straks twintigtwintig (2020) en voor VAV betekent dat de start van de voorbereiding van het eeuwfeestjaar in 2022, 2 jaar later.

Laat ons dat samen nu al even overdenken, maar laat ons evenzeer genieten van een eindejaarsviering zoals elk van ons dat altijd weer opnieuw sedert ons bewust denken ergens in de 20ste eeuw gedroomd heeft. Met of zonder sneeuw.

Ik wens elk lid en al haar/zijn dierbaren een gelukkig Nieuwjaar 2020.
Van harte, tweeën en nullen.

Geert Debruyne, voorzitter

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.