dr. Louis Ide, algemeen secretaris N-VA

Exact 20 jaar hou ik me al nu bezig met de contingentering. Het begon indertijd met een studentenbetoging en met het organiseren van een petitie die door meer dan 5000 artsen, studenten en professoren werd ondertekend. Dit met de steun van het VGV. Later werd het voor mij een steeds weerkerend parlementair dossier.

Na 20 jaar lijkt het alsof we nog steeds even ver staan en dat in dit bijzonder essentieel dossier zowel communautair als op vlak van de volksgezondheid.

Op vlak van de volksgezondheid voer ik al jaren aan dat de contingentering de hoeksteen van het gezondheidszorgbeleid is. Heel eenvoudig gesteld: stel dat we vinden dat iedereen rechtstreeks naar de specialist moet in het ziekenhuis, dan hebben we geen huisartsen meer nodig en hoef je er geen rekening meer mee te houden in je contingent. In dit scenario ga je van een relatief tekort naar een fors overschot. Je moet dus weten welk gezondheidszorgmodel je wil. Dat model is niet te vatten in een academisch of buitenlands model, het is en zal sui generis zijn.

Het is namelijk zo dat een gezondheidszorgmodel cultureel –in de breedste zin van het woord- bepaald is. Het zijn de mensen zélf die eerst naar hun huisarts gaan. Het zijn de mensen zélf die een vaste huisarts kiezen. Het zijn de mensen zélf die hun huisarts waarderen. Of ook: het zijn de mensen zelf die eerst naar de polikliniek in het ziekenhuis gaan en het zijn dus ook de mensen zelf die het nut van een vaste huisarts niet inzien. Als je die mensen bestudeert, kan je vaststellen dat in het eerste geval die mensen verbonden zijn middels de Vlaamse Gemeenschap. In het tweede geval zijn ze verbonden via de Franse Gemeenschap. Ziedaar, mijn oude boutade: de huisarts is Vlaams, het ziekenhuis Franstalig.

Lees meer

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.