Samenvatting

Door een bepaling in de 6de staatshervorming en besprekingen tussen Franstalige politieke partijen evenals binnen de Brusselse regering dreigt de band tussen de kinderen in Brussel en die in Vlaanderen inzake de kinderbijslagen doorgeknipt te worden. De Vlaamse leden van de Brusselse regering kunnen die nefaste evolutie nog tegenhouden.

Uitgangspunt

Resolutie nr. 4, op 3 maart 1999 aangenomen door het Vlaams Parlement, bepaalt dat de normerings-, uitvoerings- en financieringsbevoegdheid betreffende het volledige gezondheids- en gezinsbeleid integraal naar de deelstaten moeten worden overgeheveld, dus onder meer met inbegrip van de gezondheidszorgverzekering en de gezinsbijslagen (kostencompenserende regelingen). Daarbij moeten de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de vrije keuze bekomen om toe te treden tot het stelsel van de deelstaat Vlaanderen of van de Franstalige deelstaat, dat telkens zowel een regeling voor de inkomsten als voor de uitgaven bevat.

Wat liep er mis?

Vooreerst is er in de 6de staatshervorming geen sprake van financieringsbevoegdheid van de deelstaten voor de kinderbijslagen: de financiering gebeurt door dotaties van de federale overheid. Verder worden slechts 87,5 % van de federale middelen overgeheveld, zodat de deelstaten de rest moeten bijpassen. Doch er is meer. Specifiek voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dreigt een en ander mis te lopen: ° In plaats van de uitvoeringsbevoegdheid toe te kennen aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de Commission Communautaire Française (COCOF), werd ze door de 6de staatshervorming toegekend aan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Dat betekent dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegdheid krijgt en dat zijn inwoners niet de keuze krijgen om toe te treden tot het stelsel van de Vlaamse of Franse Gemeenschap. ° In “Les accords de la Sainte Emilie” (19.09.13) werd onder de vier Franstalige politieke partijen die de 6de staatshervorming ondersteunen, zonder de Nederlandstalige partijen te raadplegen, afgesproken om de kinderbijslagen tussen Brussel en Wallonië maximaal te harmoniseren. ° Tenslotte besliste de Brusselse regering onder de dekmantel “schaalvergroting” enkel te overleggen met kinderbijslagfondsen met minimum 40.000 leden, zodat de kinderbijslagfondsen, waarbij Vlamingen aangesloten zijn, onder die drempel blijven. Door de combinatie van de drie genoemde maatregelen wordt de band tussen de kinderen in Brussel en die in Vlaanderen in drie stappen doorgeknipt.

Wat nu?

Zodra de Brusselse regering dit alles in een ordonnantie gegoten heeft, kan de Vlaamse regering een belangenconflict inroepen, doch die procedure heeft slechts een tijdelijk blokkerend effect. De verantwoordelijkheid om deze nefaste evolutie van de kinderbijslagen in Brussel te stoppen ligt in de handen van de Vlaamse leden van de Brusselse regering. Deze discriminatie van de Vlaamse kinderen in Brussel kan slechts gerealiseerd worden met een collegiale beslissing van de Brusselse regering en dus met de uitdrukkelijke goedkeuring van de Vlaamse leden van die regering, namelijk ministers Guy Vanhengel (Open VLD), Pascal Smet (Sp.a) en staatssecretaris Bianca Debaets (CD&V).

Het Bestuur van het AK-VSZ, 25 november 2015

Als seizoensthema voor KUNSTHUIS VLAANDEREN hebben die woorden een bijzondere betekenis voor het eerste seizoen, waarbij opera en ballet moeten samenwerken. Zullen de lijm van creatieve kracht en verbeelding voldoende sterk zijn om het hoofd te bieden aan de onverbiddelijke obstakels?
Meer nog dan tussen droom en daad zit Tannhaüser, de zanger-ridder, gevangen tussen waan en werkelijkheid, kunstenaarsidealen en verlangen naar liefde en seksualiteit. Hoofddramaturg Luc Joosten analyseert terecht dat realisatie van een opera steeds, ook bij Wagner, een gevecht is tussen de droom van de componist en daadwerkelijke realisatie. Is dit niet zo voor elk kunstwerk? Voor iedere liefde? En voor het totale seizoensaanbod?...
Met verder Rossini's Armida, met La Bohème, met Verdi's meesterwerk Otello, waarin aan de Shakespeare’s genialiteit nog dimensies… en dementies worden toegevoegd?
In Zemlinsky’s ‘Der König Kandaules’, gebaseerd op André Gide's gelijknamige toneelstuk, wordt de vraag gesteld naar de mogelijkheid om - het pad der rechtvaardigheid verlatend - op een slinkse manier het geluk te verwerven.... In Mozarts ‘Idomeneo’ is het seizoensthema minder aanwezig, alhoewel...? In Kurt Weills ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ worden wij reeds in de titel geconfronteerd met het dualiteitprincipe.
Naast intendant Aviel Cahn, die het operaluik uittekende, staat dit jaar onder de balletprogrammering ook de naam van de kersverse directeur, Sidi Larbi Cherkaoui. Zoals niet alle producties van Opera Vlaanderen in de geëigende theaters in Gent en Antwerpen doorgaan, danst het ballet ook wel eens extra muros. Hun programma omvat Choreolab, ten volle toegespitst op creativiteit, van Manen/ Cherkaoui, ‘De Notenkraker’, ‘Doornroosje’ en Ravel. Het Orkest van de Opera staat in voor de muziekvertolking.
Het KUNSTHUIS programmeert verder nog avond- en middagconcerten, kinder- en jongerenvoorstellingen, schoolprojecten, in- en rondleidingen, ook backstage, het Grote Operabal en filmvoorstellingen.

Info op www.operaballet.be
Telefonische reservatie: 070 22 02 02

Luc Schaeverbeke

Volks, Vrank en Vrij, drie gebalde woorden om uit te drukken welke accenten de toon zullen zetten tijdens het nieuwe seizoen in het Concertgebouw Brugge. Artiesten uit alle windrichtingen zochten niet zelden het volkse, vernieuwende en onvoorspelbare in zuiderse oorden. Tijdens een ‘Grand Tour’ werkte het exotische ook inspirerend en bevrijdend, Italië was meestal de uitverkoren bestemming…
Zal doorheen de programmering die ontmoeting, die botsing met zuiderse, niet enkel Italiaanse culturen, het vuur doen overslaan, ook in ‘het Venetië van het noorden’?
Terug naar het hoofdaandeel en de diverse luiken die steeds weer van een zuiderse oriëntering getuigen. Het aanbod van niet minder dan 24 grotendeels ORKESTRALE PRODUCTIES is indrukwekkend en gevarieerd. Gevoed door het eigen huisorkest Anima Eterna zet Brugge opnieuw het graag geziene Budapest Festival Orchestra op de affiche. Ook de Brussels Philharmonic is present. Met het VOKAAL LUIK komen er nog 38 concerten bovenop. De reeks KAMERMUZIEK bevat 23 concerten en in 14 optredens staat de PIANO centraal. De producties rond Jazz, Pop, Rock en Wereldmuziek (8 concerten), 6 voorstellingen met MUZIEKTHEATER, een aantal FAMILIE voorstellingen en een indrukwekkend luik van DANSPRODUCTIES (o.m. met Jan Fabre als curator) vervolledigen dit aanbod. Ook Anima Eterna, alsook Rosas zijn van de partij. Dit gevarieerd en indrukwekkend banket bevat daarenboven talrijke premières, creatie-opdrachten en enkele interessante coproducties. Nog enkele namen: René Jacobs, Christianne Stotijn, Philippe Herreweghe, Paul Lewis, Anne Teresa De Keersmaeker, Mischa Maisky, Sidi Larbi Cherkaoui, Anneleen Lenaerts, Jos van Immerseel, Jan Michiels en Inge Spinette, Bernard Foccroulle en Maria João Pires...

Hoe uw tickets bestellen?
Online: www.concertgebouw.be
Aan de balie van In en Uit/ "t Zand 34 Brugge
Telefonisch +32 70 22 33 02

Luc Schaeverbeke

Migratie en integratie: uitdagingen voor Vlaanderen op weg naar 2030

Op zaterdagnamiddag 14 november vindt de Conferentie 2015 voor de ‘Toekomstverkenningen Richard Celis’ plaats in de Aula Rector Dhanis van de Universiteit Antwerpen.
Het is een initiatief van de Beweging Vlaanderen-Europa, VOS-Vlaamse Vredesvereniging, de Vlaamse Volksbeweging en de Marnixring.
Ook onze vereniging werkt actief mee. Het thema is: “Op weg naar 2030.
Welke toekomstvisie op migratie en integratie voor Vlaanderen en voor de Lage Landen?”
De bijeenkomst bijwonen, kan gratis. Inschrijven (vóór 30 oktober 2015) is evenwel verplicht.

Meer details ...

dr. Louis Ide, algemeen secretaris N-VA

Exact 20 jaar hou ik me al nu bezig met de contingentering. Het begon indertijd met een studentenbetoging en met het organiseren van een petitie die door meer dan 5000 artsen, studenten en professoren werd ondertekend. Dit met de steun van het VGV. Later werd het voor mij een steeds weerkerend parlementair dossier.

Na 20 jaar lijkt het alsof we nog steeds even ver staan en dat in dit bijzonder essentieel dossier zowel communautair als op vlak van de volksgezondheid.

Op vlak van de volksgezondheid voer ik al jaren aan dat de contingentering de hoeksteen van het gezondheidszorgbeleid is. Heel eenvoudig gesteld: stel dat we vinden dat iedereen rechtstreeks naar de specialist moet in het ziekenhuis, dan hebben we geen huisartsen meer nodig en hoef je er geen rekening meer mee te houden in je contingent. In dit scenario ga je van een relatief tekort naar een fors overschot. Je moet dus weten welk gezondheidszorgmodel je wil. Dat model is niet te vatten in een academisch of buitenlands model, het is en zal sui generis zijn.

Het is namelijk zo dat een gezondheidszorgmodel cultureel –in de breedste zin van het woord- bepaald is. Het zijn de mensen zélf die eerst naar hun huisarts gaan. Het zijn de mensen zélf die een vaste huisarts kiezen. Het zijn de mensen zélf die hun huisarts waarderen. Of ook: het zijn de mensen zelf die eerst naar de polikliniek in het ziekenhuis gaan en het zijn dus ook de mensen zelf die het nut van een vaste huisarts niet inzien. Als je die mensen bestudeert, kan je vaststellen dat in het eerste geval die mensen verbonden zijn middels de Vlaamse Gemeenschap. In het tweede geval zijn ze verbonden via de Franse Gemeenschap. Ziedaar, mijn oude boutade: de huisarts is Vlaams, het ziekenhuis Franstalig.

Lees meer

Ik las met veel interesse het schitterende artikel in De Specialist van 14 december 2014, “het strategiespel op hoog niveau voor de hartcentra.” Nadien verscheen in De Standaard van 6 januari 2015 een gelijkaardig artikel: “Zwarte scanners in stilte toch erkend” en “Strijd om de patiënt barst los”. Of met andere woorden, Vlaanderen walloniseert willens nillens omdat twee legislaturen Onkelinx en non-beleid hiertoe NU leiden! Haar wanhopig foute beslissingen door vriendjespolitiek in Wallonië deinen NU post hoc uit naar het Vlaanderen, omdat dit hier nu eenmaal België is en het federale beleid uit één voerbak door onze strot wordt geduwd.

Ik stelde haar destijds een parlementaire vraag over het aantal hartcentra in Wallonië. Haar PS-voorganger, minister Rudy Demotte, zag terecht het overtal in en besloot er een aantal te sluiten onder de taalgrens. Maar zij, eenmaal op de ministerstoel, hield ze zalvend open en paste in haar ‘gulheid’ die wafelijzerpolitiek ook toe op Vlaanderen zodat ook wij een overaanbod kregen, dat nu gerealiseerd dreigt te worden. Zodat Marc Moens smalend spot in De Specialist: “Ziekenhuizen, verkoop uw cathlab tweedehands, zelfs al heb je ze nooit gebruikt… voor het te laat is!” Niet alleen pecuniair is dit een ramp maar ook de kwaliteit van de hartzorg is bedreigd!

Een écht strategospel met hoofdgeneesheren als generaals en helaas ook patiënten als pionnen! Zo zien ook de bekende prof. Herman Nys en Koen Michiels, afgevaardigd bestuurder van het AZ Nikolaas ziekenhuis in Sint-Niklaas, het. Maar daar blijft het niet bij: de ‘zwarte PET-scanners’ rezen als paddenstoelen uit de grond in Franstalig België. Zonder erkenning en met officiële toelating van Onkelinx in haar laatste beleidsdagen kregen ze een ruling waardoor ze wél door de ziekteverzekering terugbetaald werden. Ze worden nu als eerste in de rij erkend en de brave Vlaming staat weer achteraan in de rij op zijn erkenning te wachten. Hoe is het mogelijk?

In Wallonië en Brussel staan ettelijke ‘zwarte scanners’, in Vlaanderen welgeteld één: in het OLV-ziekenhuis Aalst! Moraal van dit verhaal? In Vlaanderen zitten we met een correct aantal artsen per 100.000 inwoners en in Wallonië evenveel per 100.000 als in Griekenland. De economische barometer is daar dan ook navenant en de reden waarom men daar… allemaal PS stemt! Al goed dat onderwijs beleidsmatig Vlaanderen toekomt en het wordt hoog tijd dat alle beslissingen ons ook toekomen of we glijden hier af naar een totaal ‘gewalloniseerde gezondheidszorg’. Zal de huidige minister Maggie De Block dit kunnen counteren?

Lieve Van Ermen, cardioloog, gewezen senator

Deze lezersbrief verscheen op 28.01.15 in 'DE SPECIALIST'

VLAAMS GENEESKUNDIGENVERBOND V.Z.W. SECRETARIAAT: ERGO DE WAELLAAN 3, BUS 14 – 2100 DEURNE-ANTWERPEN

Moet Vlaanderen gestraft worden voor 15 jaar goed beleid inzake artsenopleiding?
Moeten de Franstaligen beloond worden voor 15 jaar wanbeleid en “BundesUNtreue” inzake artsenopleiding?
Sinds enkele weken is de artsencontingentering een actueel thema in Franstalig België. Zij eisen de afschaffing ervan. Ze kunnen dit doen, en misschien zullen ze zelfs hun slag thuis halen, omdat de meeste burgers en ook veel bewindvoerders deze ingewikkelde materie niet kennen. De zaak is inderdaad nodeloos ingewikkeld gemaakt door de onvoltooide en versnipperde hervorming van de Belgische staat.

Sinds 1980 is onderwijs, en dus ook de opleiding van artsen, een bevoegdheid van de Vlaamse en Franse Gemeenschap. De toelating om het beroep van arts uit te oefenen is een federale bevoegdheid. Om de kosten van de gezondheidszorg beheersbaar te houden, heeft de federale regering, dus ook de Franstaligen, in 1997 beslist het aantal artsen te beperken. Dit zou gebeuren door middel van contingentering. Dit betekent dat vanaf 2005 slechts een bepaald aantal (contingent) artsen een RIZIV-nummer zou krijgen en dat dus enkel de prestaties van die artsen zouden terugbetaald worden door de ziekenfondsen. Die aantallen werden eerlijk verdeeld tussen afgestudeerden van Vlaamse en Franstalige universiteiten.

Het is de verantwoordelijkheid van de Gemeenschappen om het aantal op te leiden artsen aan te passen aan deze contingenten. Vlaanderen deed dat door middel van een ingangsexamen en het aantal Vlaamse afgestudeerden komt tamelijk goed overeen met de contingentering. De Franstalige universiteiten deden niets en beweerden dat ze de beperking later zouden uitvoeren. Wegens het jaarlijks overschot aan Franstalige afgestudeerden besliste de (Franstalige) federale minister van volksgezondheid dat er RIZIV-nummers uit het contingent van volgende jaren mochten vooraf genomen worden en dat later het evenwicht zou hersteld worden. Nu zijn we zover. In 2015 en ook de volgende jaren mogen slechts de helft van de Franstalige afgestudeerde artsen een RIZIV-nummer krijgen.

Nu eisen de Franstaligen de afschaffing van de contingentering en ze stellen het voor als zouden de Franstalige geneeskundestudenten het slachtoffer zijn van groot onrecht. Kunnen we afgestudeerde artsen verbieden hun beroep uit te oefenen? Maar ze hebben die studies aangevat terwijl ze goed wisten hoeveel van hen een RIZIV-nummer konden krijgen. Of werden ze misleid door hun politici en professoren met de belofte dat Belgische wetten voor hen niet zouden gelden?

Moet het diploma van arts altijd leiden tot het uitoefenen van geneeskunde in België? De studies en het diploma van arts, ook zonder RIZIV-nummer, hebben een belangrijke waarde die kan leiden tot een mooie loopbaan in de administratie, industrie, arbeidsgeneeskunde, ontwikkelingshulp, etc.? De Vlaamse jongeren die niet geslaagd zijn voor het ingangsexamen geneeskunde kregen deze kans niet. Moeten de talrijke Franstalige afgestudeerden een RIZIV-nummer krijgen zodat ze ook in Vlaanderen geneeskunde kunnen uitoefenen en daar het resultaat van 15 jaar beperkingen in gevaar brengen?

We mogen de contingentering en het ingangsexamen voor artsen, die geleid hebben tot een beter, goedkoper en efficiënter gezondheidsbeleid in Vlaanderen, niet overboord gooien. De in 1997 wettelijk bepaalde beperking van het aantal artsen moet gelden voor alle Belgen en de Vlamingen die de wet correct nageleefd hebben mogen hiervoor niet gestraft worden.

Het ware nog beter dergelijke betwistingen te voorkomen door een goede en consequente staatshervorming waarbij de gezondheidszorg volledig onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen zou komen, zoals voorzien in de Grondwet van 1980, en waarbij alle uitzonderingen daarop zouden geschrapt worden.

Namens het bestuur van het Vlaams Geneeskundigenverbond

Dr, Jan Dockx
voorzitter

OPROEP aan ALLE VGV-leden en hun sympathisanten ter ONDERSTEUNING van de
tiende prijs Dr. Luc Broeckaert en familie 2015,
gericht op PREVENTIE en PRAKTIJK voor onze Vlaamse vorsers onder
de supervisie van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België

Bent U ook van oordeel dat onze Vlaamse collegae, die toponderzoek verrichten, meer steun verdienen voor hun inspanningen,
vooral als die een praktische meerwaarde bieden aan onze ganse Vlaamse Gemeenschap en ook ver daarbuiten,
gelieve dan een bijdrage te storten

  • ofwel voor bedragen vanaf 5 euro tot onbeperkt op de daarvoor speciaal geopende en uitsluitend daarvoor gebruikte rekening van Dr. Broeckaert:

          BE24 9731 1596 3938

  • ofwel UITSLUITEND voor bedragen vanaf 250 euro op de rekening van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde:

          BE52 3751 1174 6709

met vermelding: “voor de prijs Dr. Broeckaert 2015” en van  Uw rijksregisternummer, indien U een belastingverminderingsdocument wenst.

Gelieve ook bij elke storting een mail te sturen naar Dr. Broeckaert met vermelding van het gestorte bedrag op e-adres: broeckaert.luc[at]gmail.com
Meer info bij Dr. Broeckaert  via e-mail of 0475 63 68 54

Heel veel dank.
Dr. Luc Broeckaert

Prijzen Dr. Luc Broeckaert en Mevrouw Annie Depreeuw
Overzicht 2006-2013

De Koninklijke Academie voor Geneeskunde van Belgie reikte op zaterdag 30 november 2013 in het Paleis der Academien te Brussel negen academische prijzen uit tijdens een plechtige openbare zitting (programma bijgevoegd). Hieronder volgt een korte beschrijving van de bekroonde onderzoekswerken.

Volledige tekst

Programma

Recent is er opnieuw behoorlijk wat beroering ontstaan rond de “contingentering”.
Op 15/11/2013 refereerde “Artsenkrant” naar een artikel van “Le Soir” waarin gesteld werd dat er in het jaar 2017 1.632  artsen “op overschot” zullen afstuderen: ongeveer 500 in Vlaanderen  en ongeveer 1.100 in Franstalig België, volgens gegevens van het Jaarverslag 2012 van de Planningscommissie medisch aanbod.
Uit nadere analyse van dit verslag blijkt dat deze cijfers dienen genuanceerd te worden.   Inderdaad in tabel 15 (blz. 41) van dit jaarverslag wordt “het in de toekomst geprojecteerd cumulatief verschil voor de Vlaamse Gemeenschap” voor het jaar 2017 geraamd op een teveel van slechts 237 artsen, wat beduidend minder is dan  de  500 vermeld in “Le Soir” en aldus overgenomen door “Artsenkrant”.
Het cijferverschil kan verklaard worden als volgt: het jaarverslag neemt (terecht) de volledige periode (2004 – 2017) sinds de invoering van de verplichte contingentering in rekening, terwijl  de cijfers van “Le Soir” alleen  betrekking hebben op de periode  (2014 – 2017). “Le Soir” gaat uit van het verschil tussen het aantal diploma's, zoals voorzien in de contingentering, en het aantal studenten dat in 2013 een masteropleiding voor arts volgt aan de Belgische universiteiten. Tijdens de periode (2004 – 2009) werd er in de Vlaamse Gemeenschap geen overschot maar een tekort van 315 artsendiploma's t.o.v. van de contingenteringscijfers vastgesteld; vandaar het cumulatief teveel van slechts 237 in 2017.
Tabel 17 (blz. 42) van genoemd jaarverslag berekent “het in de toekomst geprojecteerd cumulatief verschil voor de Franse Gemeenschap”  voor de periode 2004 - 2017 op een teveel van 1.006 artsen. De Franse Gemeenschap heeft namelijk, zoals goed bekend, reeds vanaf 2004 een teveel aan artsendiploma's  afgeleverd.
Ik laat in het midden of “Le Soir” al dan niet gewild een verkeerde voorstelling van zaken heeft gebracht.  Alleszins is het verschil: 769  meer artsendiploma’s aan Franstalige zijde  wel bijzonder groot.

Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.