Toelichting van het doel van het symposium

Kaft202001Oud-voorzitter en actief bestuurslid, Dr. Robrecht Vermeulen overleed iets meer dan één jaar geleden. Zoals steeds stipt aanwezig, was hij er ook op de bestuursvergadering van 2 juni 2019, nauwelijks vier maanden eerder. Daar werd de kiem gelegd van dit VAV-Symposium. Het eerste idee was “Gezondheidszorg voor de Vlamingen”, een soort verlenging op het symposium van 2017, over “Vlaamse gezondheidszorg na de 6de staatshervorming”. Robrecht bracht evenwel een extra thematische focus aan door op een nog actueler en dreigend probleem in zijn geliefde Brussel en de Vlaamse Rand te wijzen. De aanvullende subtitel vandaag werd dan ook “, met bijzondere aandacht voor Brussel en de Rand”. Zijn belofte, zonder moment van twijfel nakomend, bracht hij in de weken nadien zelf twee van de sprekers aan.

Uit dank en grote erkentelijkheid gaat daarom dit VAV-Symposium door onder zijn naam: ‘IN MEMORIAM Dr. Robrecht Vermeulen’. We verwelkomen vandaag van harte als eregasten, mevrouw Vermeulen en zoon Frederik.

Drukkingsgroepen moeten in deze tijden van regeringsvorming dubbel alert blijven, daar de beleidsopties voor in principe voor de volgende vijf jaar worden vastgelegd. Komt er nogmaals een periode van bevriezing van alle communautaire thema’s? Reeds op 4 april 2019 publiceerde het Vlaams Artsenverbond een politiek Memorandum:
“Naar een communautarisering van de gezondheidszorg en een Vlaamse sociale zekerheid”.

Een ruime meerderheid van Vlaamse artsen gaat voor een solidaire opsplitsing van de bevoegdheden voor Volksgezondheid. Dat is uitgerekend ook de unieke missie van het Vlaams Artsenverbond: deelstaten autonome verantwoordelijkheid geven voor het volledige gezondheidszorgbeleid.

Ondertussen wordt werk gemaakt van de efficiëntie van het gezondheidsbeleid federaal. Maar gebeurt dat aan beide kanten van de taalgrens? De eerste spreker brengt een stand van zaken rond de invoering van de ziekenhuisnetwerkvorming.

De demografische evolutie in Brussel en de Vlaamse Rand met de gevolgen voor de volksgezondheid baart steeds meer zorgen. Deze voormiddag brengt lezingen van een Brussels econoom en een Brusselse Vlaamse huisarts.

De eerste plaatst kanttekeningen bij het ‘regionaliseren’ van de gezondheidszorg, gewestelijke beleidsbevoegdheid, gecombineerd met een financiering door federale belastingen. De arts brengt de status praesens van het zorgaanbod voor Nederlandstaligen in Brussel en de Rand. Afsluiten doet, zoals twee jaar terug, de jurist. Wat kan een toekomstperspectief zijn binnen het juridisch institutioneel kader voor gezondheidszorg in Brussel en de Rand.

Er volgt wellicht een pittig debat, want om maar één gegeven te benoemen. Er bestaat een Europese richtlijn, die toelaat dat artsen uit andere EU-landen slechts één taal kennen om in België praktijk uit te oefenen …
Totaal onaangepast aan de Belgische situatie. En tot slot: ondanks demografische veranderingen in het hoofdstedelijk gewest en bij uitbreiding Vlaams-Brabant de laatste decennia, moeten de eisen van de Vlamingen er toch onverkort blijven gelden? Tijd voor een nieuw symposium over het Vlaams gezondheidsbeleid.
Van harte welkom elkeen.

Geert Debruyne, voorzitter

 

Voorwoord

Kaft201803De recent in het Vlaams regeerakkoord genomen beslissing om de bevoegdheid van de Vlaamse Planningscommissie voor artsen- en tandartsenopleiding breder te interpreteren deed heel wat reacties uitlokken. ‘Bloedbad dreigt!’, schreeuwde de ene. Op zijn minst illegaal gedrag navolgen de ander. ‘Waar leidt dat heen?’

Onze vereniging -sedert jaren beslagen in het opvolgen van dit dossier- kwam in alle sereniteit tot het in deze Periodiek opgenomen standpunt.

Daarover trouwens graag eerst een correctie bij het citeren van persberichten. Reeds op 19 september verwees ook een ander dan het eerder vermelde naar een tussenkomst van federaal parlementslid, Valerie Van Peel, die aan de hand van de meest recente cijfers van de Planningscommissie Medisch Aanbod, op het grote overaanbod aan specialisten in Franstalig België en meer nog in Brussel wees.

Daaruit bondig eerst de meest interessante cijfers.
• Berekend per Gemeenschap, en dus aansluitend bij de contingenteringsproblematiek. Het totaal aantal artsen in 2016 in de Franse Gemeenschap was 30 % hoger dan in de Vlaanderen. In onze publicatie in Periodiek in 2014 was dat cijfer 29 %.
• De cijfers per Gewest zijn bijkomend interessant omdat ze aantonen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een bastion is van specialisten.

Met deze nieuwe bevoegdheid zal de Vlaamse Planningscommissie de algemene Vlaamse zorgnoden bepalen. Op basis van deze bepalingen en niet langer enkel het federale advies, zal het aantal studenten dat toegelaten wordt tot de opleiding arts en tandarts worden vastgelegd. Na meer dan twintig jaar loyale opvolging van de federale wetgeving, in tegenstelling tot het Franstalig landsgedeelte, ondersteunt Vlaanderen zo de eis dat er een correcte verdeling van de Riziv-nummers tussen de gemeenschappen komt en de aflossing van het in het verleden opgebouwde overtal in de Franse Gemeenschap wordt gerealiseerd.

Dit wordt ‘de stok achter de deur’ waar Vlaanderen de federale overheid mee wil manen de wettelijkheid aan beide zijden van de taalgrens te doen eerbiedigen.

Vanzelfsprekend zal de Vlaamse regering erop moeten toezien dat de Vlaamse studenten in die overgangsperiode behoed worden voor rechtsonzekerheid. Daartoe wordt de federale minister voor Volksgezondheid op dezelfde wijze
aangesproken als hij/zij de vorige 20 jaar met succes door de Franstalige gemeenschapsminister werd onder druk gezet.

Voor het Vlaams Artsenverbond is dit de juiste politieke keuze. En een bijkomende reden om deze extrabevoegdheid te ondersteunen is trouwens ook dat dit een noodzakelijk instrument is voor een toekomstige autonome Vlaamse gezondheidszorg.

Dit gezegd zijnde mag een voorzitter dan toch even de teugels vieren. Het VAV symposium wordt -na het succes van het gebeuren op zich- goed en wel uitgeschreven voor een volgende Periodiek. De culturele activiteiten van 2019 zijn met uitzonderlijk grote deelnemersaantallen achter de rug. En … voor het meest vermaarde cultuurjaar 2020 rond ‘Jan van Eyck’ staan al enkele maanden 60 tickets in PDF op mijn computer gesaved voor een gegidst bezoek op 22 februari (22.02.2020). Alleen nog tweeën en nullen. En daar stopt het niet.

Er volgt immers eerst dus nog een jaarwisseling.

Toen het mij in de zestiger jaren duidelijk werd dat ik dat magisch getal ‘2000’ -zonder ongelukken- wel halen zou, keek ik daar echt begeesterd al naar uit. Ondertussen begint straks twintigtwintig (2020) en voor VAV betekent dat de start van de voorbereiding van het eeuwfeestjaar in 2022, 2 jaar later.

Laat ons dat samen nu al even overdenken, maar laat ons evenzeer genieten van een eindejaarsviering zoals elk van ons dat altijd weer opnieuw sedert ons bewust denken ergens in de 20ste eeuw gedroomd heeft. Met of zonder sneeuw.

Ik wens elk lid en al haar/zijn dierbaren een gelukkig Nieuwjaar 2020.
Van harte, tweeën en nullen.

Geert Debruyne, voorzitter

 

Voorwoord

Kaft201902Dit zijn de laatste dagen vóór het aanstaande VAV-symposium. Voor wie nog niet inschreef het ogenblik dat alsnog meteen te doen via de klassieke weg op papier of elektronisch of via de webstek. De registratie van een groot aantal deelnemers uit eigen rang blijft de voornaamste peiler voor de uitstraling van het Vlaams Artsenverbond. Het bestuur heeft niets onverlet gelaten om zoveel mogelijk belanghebbenden aan te spreken en mag nu al trots zijn op een bijzonder grote interesse uit de politieke wereld en meer nog het zogenaamde ‘middenveld’. Dat oogt alvast zeer positief voor het debat in aansluiting met de vier lezingen.

Het uitblijven van een federale regeringsvorming maakt de belangrijkheid van het besproken thema, ”Gezondheidszorg voor de Vlamingen”, met bijzondere aandacht voor Brussel en de Vlaamse Rand nog groter. Dat moet naast het VAV-memorandum van 2 april 2019 handelend over de communautarisering van de gezondheidszorg en het instellen van een Vlaamse sociale zekerheid, gepubliceerd in het laatste nummer van Periodiek, de leidraad blijven voor alle Vlaamse politieke partijen die aan de onderhandelingen deelnemen.

Ondanks de demografische veranderingen in het hoofdstedelijk gewest en bij uitbreiding Vlaams-Brabant de laatste decennia moeten de eisen van de Vlamingen er onverkort blijven gelden. Maar doen Brusselse Vlaamse politieke partijen daar wel alles voor? De vraag stellen is ze beantwoorden als men het Brusselse regeerakkoord erop naleest.

Over uitgerekend deze problematiek wordt een eerste bijdrage in dit nummer gepubliceerd. Er bestaat immers op vandaag een Europese richtlijn, die toelaat dat artsen uit andere EU-landen slechts één taal kennen om in België praktijk uit te oefenen. Dat is totaal onaangepast aan de Belgische situatie. Een correcte communicatie van arts (en elke andere zorgverstrekker) en de zorgbehoevende kan enkel in diens moedertaal.

Verder blijft ook schijnbaar het Franstalig landsgedeelte ‘demandeur de rien’, ook al dreigt vanaf 2024 een zeer serieus financieringsprobleem. Bevoegdheidsbijeenvoeging en responsabilisering voor het eigen beleid lijkt aan Franstalige kant gewoon ondenkbaar. Bedenk daarbij best dat de zeldzame beleidsdomeinen die integraal werden toevertrouwd aan de regio’s/gemeenschappen veelal in een mislukking resulteerden in het zuiden van het land, terwijl dat nochtans al jaren kan rekenen op een massale financiële ondersteuning van het noorden en de Europese Unie. Het voorbeeld bij uitstek: het onderwijs. En … zonder de financiële transfers, het grootst binnen de sociale zekerheid, lijkt de federale restbevoegdheid aldaar zelfs overbodig.

Drukkingsgroepen moeten in deze tijden van regeringsvormingen dubbel alert blijven, daar de beleidsopties voor in principe voor de volgende vijf jaar worden vastgelegd. Nogmaals dergelijke periode bevriezing van alle communautaire
thema’s brengt misschien de definitieve val van het land teweeg, maar -als dat al gebeurt- zal het dan onvermijdelijk in grote chaos zijn. Vergelijk dat maar met een “no-deal-Brexit” ! Dat voorkomen moet nu de extra inspanning van het Vlaams Artsenverbond in het nastreven van zijn missie bepalen. Een succesvol, en dus druk bijgewoond symposium op 12 oktober is daarvan een eerste aanzet. Aan elk VAV-lid om haar/zijn verantwoordelijkheid op te nemen.
Schrijf je vandaag nog in. Nood breekt ‘wet’, of in ieder geval elk excuus. Waardering en dank verzekerd.

Geert Debruyne, voorzitter

 

Voorwoord

Kaft201902 De kiesplicht vervuld. De stemmen geteld. De zetels verdeeld. Regeringsonderhandelingen afgerond of nog gaande. Zou daarbij ons VAV-memorandum ergens tussen de paperassen liggen? En staat de koelkast voor een noodzakelijke en blijkbaar ook door Franstaligen gewenste -al is dat maar ter wijziging van een eigen ingevoerde financieringsregeling- verdere staatshervorming nu open? Hoe vult de landelijk grootste partij statutair programmapunt 1 eindelijk in, nu er voor de invoering van het confederalisme wordt gegaan? Wordt grondwetsartikel 35 eindelijk uitgevoerd?

Concreet: Wordt werk gemaakt van de vereenvoudiging en efficiëntie van het gezondheidsbeleid. Krijgen de Vlamingen daarbij maximale kansen voor eigen klemtonen? Komt er echt een responsabilisering voor dat eigen beleid? Komen er samenhangende bevoegdheidspakketten, met gelijktijdig een significante besparing tot gevolg?

Niet langer alleen Vlamingen stellen het bestaan van een “twee-democratieën-land” vast. Citaat uit Franstalige socialistische bron: “Het grootste probleem van Wallonië is dat het Gewest onvoldoende waarde creëert om uit het dal te kunnen kruipen. Wallonië heeft 100.000 arbeidsplaatsen te kort in het bedrijfsleven.
Maatschappelijke sectoren als non-profitorganisaties en overheidsdiensten creëren dan weer onvoldoende toegevoegde waarde. Bovendien is er een probleem met de productiviteit. Het komt altijd op  hetzelfde neer: we hebben niet genoeg financiële manoeuvreerruimte.” En dat lazen we al vóór de 26ste mei.

En ook de stelling dat de taalgrens een zorggrens is, wordt niet meer ontkend. Tweede citaat: “Nooit was de kloof tussen Noord en Zuid zo diep. De manier waarop de gezondheidszorg in de praktijk wordt gebracht kan men enkel begrijpen in een bredere cultuurhistorische context. Vlaams-Waalse verschillen zijn slechts de overgang van een noord-zuid as die loopt doorheen Europa. Hoe noordelijker, hoe minder antibiotica worden voorgeschreven en dat geldt ook voor het voorschrijven van kalmeermiddelen, gebruik van medische beeldvorming, de mate waarin patiënten de inschrijving in een huisartsenpraktijk acceptabel vinden, de mate waarin artsen open staan voor het hanteren van  evidence-based richtlijnen in de praktijk.”

Recent werd bevestigd dat een ruime meerderheid van Vlaamse artsen gaat voor een solidaire opsplitsing van de bevoegdheden voor Volksgezondheid. Dat is  uitgerekend ook de unieke missie van het Vlaams Artsenverbond. En daartoe blijft het Verbond ook op diverse wijzen actief. De artsencontingentering en de toelating tot het artsenberoep blijven hoog op de agenda prijken. Deelstaten verantwoordelijkheid geven voor het beheer van een eigen Sociale Zekerheids-budget, of dus bestedings- en financieringsautonomie behoudt alle aandacht. De demografische evolutie in Brussel en de Vlaamse Rand met de gevolgen voor de volksgezondheid baart steeds meer zorgen.

Daartoe organiseert VAV op 12 oktober te Brussel opnieuw een tweejaarlijks wetenschappelijk Symposium, onder de titel, ”Gezondheidszorg voor de Vlamingen”, met bijzondere aandacht voor Brussel en de Vlaamse Rand. In dit nummer het definitieve programma, en gelijktijdig een uitnodiging. Het bestuur rekent op een groot engagement en verwacht daarom ook groot aantal deelnemers. Van harte welkom.

En voor nu, veel leesplezier in deze Periodiek. En -waarom niet- ook tijdens een verdiende zonnige zomervakantiedag. Het is elkeen toegewenst.

Geert Debruyne, voorzitter

Voorwoord

Kaft201801 Verkiezingen: een feest van de democratie. Dat bij de laatste statutenaanpassing de frequentie van (bestuurs-) verkiezingen om de twee jaar behouden werd zal wellicht daar zijn oorsprong vinden.

Maar is dat wel echt zo. Ik mag voor de derde maal op rij met een warm en bemoedigend applaus de voorzittershamer twee jaar ter hand nemen. Als er maar één kandidaat is, bestaat er geen andere bevestiging van de geambieerde opdracht. Meer dan een decennium (ik vermoed nu minstens zes opeenvolgende verkiezingen) werden evenmin voor de bestuursleden echte (geheime) verkiezingen gehouden. Meer nog, één enkel iemand kwam er 10 jaar geleden bij, en dan zou ik me kunnen vergissen, maar ik denk dat hij toen naderhand werd aangesproken en gewoon gecoöpteerd. Een andere paar enkelingen kwamen en gingen weer. De anderen bleven trouw en standvastig op post en werden (ook weer -nu tot onze grote droefenis- één iemand uitgezonderd) evenzeer met warm en welgemeend applaus op de officiële algemene ledenvergadering ‘herverkozen’. Allemaal zijn we hoe dan ook dus ook tien jaar ouder geworden …

Als je daar rekening mee houdt dan lijkt het halen van het eeuwfeest er nog net wel in te zitten. En even herinneren: dat vieren we al in 2022. Maar wat over opnieuw een decennium? Ik schreef vier jaar geleden toen ik net voorzitter werd naar Ovidius: “Omnia mutantur, nihil interit” – “Alles verandert, niets gaat te gronde”. Kunnen we daar nu nog zo zeker van zijn? Tal van acties tot ledenwerving werden er al opgezet. De meest professionele en ook wellicht duurste naar aanleiding van de naamsverandering in 2016/2017. Het mocht nooit baten. De harde werkelijkheid is die van tal van (Vlaamse) verenigingen: het ledenaantal blijft onverminderd en gestaag dalen …

In 2018 betaalden welgeteld nog 260 artsen VAV-lidgeld; of heet het beter gewoon abonnementsgeld op Periodiek. Een flinke 42 % genoot hierbij van een reductietarief en ik hoef niemand te zeggen dat dat nagenoeg uitsluitend om ‘artsen zonder praktijk’, lees ‘artsen van 65 of (veel) ouder’ gaat. Kan het een troost zijn dat het afkalven van ledenaantallen voor zeer veel gevestigde organisaties de realiteit van deze 21ste eeuw is. Misschien, maar wat koop je daarvoor. Evenmin als met de waarheid dat zoveel (eeuwen) oude gilden, broederschappen, orden en noem maar op allemaal tot geschiedenis verworden zijn. Stelt zich evenwel ook niet de vraag of het Vlaams Artsenverbond nog wel nodig blijft. Nu dát misschien uit de grote desinteresse eigenlijk vrij duidelijk blijken kan. Toch blijft dat clubje van ‘laatsten der Mohikanen’, misschien voor bepaalde dossiers als enige bij de les. Ik heb het maar over de saga over de contigentering. Ook zo voor de ononderbroken geldstromen van noord naar zuid; nu zelfs gewoon als de echte, ook enige reden voor de bestaansgrond van België erkend door de grootste Franstalige politieke partij. Of de onontwarbare bricolage die er werd gemaakt van het gezondheidsbeleid te lande, door zes opeenvolgende staatshervormingen. De laatste als het summum zonder meer. Wat wij al brachten op ons symposium in 2017 en wat opnieuw pro memorie gebracht zal worden aanstaande op 12 oktober. Dat feit wordt overigens ondertussen erkend door alle grote Vlaamse gezondheidsorganisaties, de ziekenfondsen inbegrepen …

En wat te denken van de grote afstand tussen ‘de eerstelijnsarts- centraal’ in Vlaanderen met preventie als eerste beleidsdaad versus het hospitalocentrisme aan Franstalige kant, met Brussel voorop! En dat alles terwijl fatsoenlijk ge(con)federeerde staten, zoals Canada, Zwitserland, ook Spanje, de lijst is niet exhaustief, allang en met grote tevredenheid het gezondheidsbeleid met in begrip van financiering aan de autonome deelstaten, kantons of provincies hebben toevertrouwd.

Automatische instroom van Nederlands onkundige artsen terwijl Vlaamse studenten voor de toelatingsproeven moeten slagen. Of is dat door een merkwaardig stemmingsresultaat nu echt bij wet van de baan? De flagrante weigering het gegeven woord na te komen qua noodzakelijke contigentering voor artsen aan Franstalige kant. De verloren winst qua kostprijs van curatieve zorg (federaal gefinancierd) in Vlaanderen gerealiseerd dankzij een veel intensiever preventief gezondheidsbeleid. De tweespalt rond de netwerkvorming tussen ziekenhuizen, en een onopgelost probleem voor Brussel. Vlaanderen wil niet dat Vlaamse ziekenhuizen een netwerk vormen met ziekenhuizen uit de andere gemeenschap. Zo krijg je dan immers netwerken waar ziekenhuizen aan andere erkenningsnormen moeten voldoen.

Een problemenlijst zonder einde. Is de vraag naar onze bestaansreden is dus toch overbodig? Of is de schrik voor het einde van het VAV dus juist zeer terecht? Nodig blijven we dus in elk geval. Maar hoe onze missie realiseren anno 2019. Laat ons niet naïef zijn op een ogenblik dat lobbying tot standaard verheven is in de ganse politieke, maar ook economische wereld. Maar moet dat lobbyen dan niet via een andere leest. Want wees eerlijk wie ligt er wakker van een exclusief Vlaamse artsenorganisatie van maar 150 professioneel actieve artsen. Een andere professionelere ‘leest’, lobbywerk vanuit het VAV. Oké, maar hoe doen we dat? Ik weet het antwoord persoonlijk niet, ook al borrelt bij mij toch het verlangen naar de pure politieke actie, desnoods opnieuw gecombineerd met pure beroepsbelangenverdediging op. Alle gezondheidswerkers, dus ook artsen mogen toch wel hun belangen vooropstellen bij de invulling van hun beroepsuitoefening. En het artsensyndicalisme ontstond uitgerekend binnen het toenmalige Vlaams Geneesherenverbond en bleef er deel van tot begin van de zestiger jaren het RIZIV werd opgericht.

Vele vragen. Moeilijke antwoorden. Maar dé opdracht bij uitstek van de volgende twee bestuursjaren. De saneringen van de voorbije twee legislaturen laten dat zelfs misschien ook budgetair toe. Aan ons om er naar te handelen. Gedurfd, innovatief, wellicht beroepdoend op professionele derden. Ik ben er met het bestuur alvast toe bereid en dank elk VAVlid voor het vertrouwen. Ik dank u

Geert Debruyne, voorzitter

Aanvullende gegevens

Met dank aan onze sponsors.